Aanvankelijk prees de Nederlandse bevolking zich gelukkig dat de oorlog buiten de grenzen kon worden gehouden. Maar naarmate de oorlog langer duurde namen ook de ongemakken en de uitzichtloosheid toe. Dit uitte zich in tekeningen en spotprenten in de dag- en weekbladen. Verzamelaar Scheltema heeft er vele exemplaren van opgenomen in zijn collectie.

Een voorbeeld hiervan is ‘Het Doolhof van dezen tijd’. Loonsverhogingen hielden geen gelijke pas met de prijsstijgingen van brandstoffen en levensmiddelen. Ook de huren bleven stijgen. Er viel nauwelijks aan deze vicieuze cirkel te ontsnappen. De eenvoudige burger kon geen kant op, terwijl de Dood hem toegrijnsde.

Krantenknipsel 'Het doolhof van dezen tijd', 1914-1918

Krantenknipsel ‘Het doolhof van dezen tijd’, 1914-1918

De Max und Moritz-achtige strip ‘Hoe ik mij den komenden winter voorstel! ‘ laat zien hoe de bevolking de winter van 1917-1918 tegemoet zag. Aan de linkerkant wordt de komende koude uitgebeeld. Huisraad, verkeersborden en zelfs al het hout van het huis worden opgeofferd om wat warmte te krijgen. Aan de rechterkant zien we hoe de honger de mensen van kwaad tot erger bracht. Brood en melk worden van steeds slechtere kwaliteit, huisdieren worden opgegeten en muizen worden gekweekt voor de consumptie. In plaats van tarwe, dat als gevolg van de onbeperkte duikbootoorlog op de bodem van de zee ligt, bestaat het diner uit kamerplanten. Net voordat men elkaar zal gaan opeten en er geen uitweg meer mogelijk lijkt, brengt de vredesengel de verlossing.

Krantenknipsel 'Hoe ik mij den komenden wintervoorstel', 1917-1918

Krantenknipsel ‘Hoe ik mij den komenden wintervoorstel’, 1917-1918