In 1921 verscheen een gesoigneerde middelbare man bij fotostudio Merkelbach op het Amsterdamse Leidseplein om een portretfoto te laten maken. Hij had een mooie zwarte herder bij zich en was in gezelschap een tweede man. Dat het geen doorsnee gezelschap was werd al snel duidelijk omdat zij onder begeleiding naar de fotostudio waren gekomen.
Op het klantenkaartje schreef Merkelbach de naam ‘Wilhelm von Hohenzollern’ met als adres ‘Wieringen’. In feite ging het om Wilhelm van Pruisen, telg uit het Huis Hohenzollern, en voluit genaamd: Frederik Wilhelm Victor August Ernst von Preußen. Het was de voormalige Duitse kroonprins, die met zijn adjudant – de tweede man – al jaren als vluchteling in Nederland verbleef.

 

Wilhelm van Pruisen (1882-1951), 1921. Fotostudio Merkelbach.

Wilhelm van Pruisen (1882-1951), 1921. Fotostudio Merkelbach.

 

Louis Müldner von Mülnheim (1876-1945), adjudant van Wilhem van Pruisen, 1921. Fotostudio Merkelbach.

Louis Müldner von Mülnheim (1876-1945), adjudant van Wilhelm van Pruisen, 1921. Fotostudio Merkelbach.

 

Prins Wilhelm van Pruisen (1882-1951) was opgegroeid in de keizerlijke paleizen en landhuizen. In de oorlog had zijn vader hem officieel opperbevelhebber gemaakt van het Vijfde Duitse Leger, dat een uitputtingsslag vocht om de Franse vesting Verdun. Vanaf eind 1916 was hij zelfs formeel bevelhebber van groep van zes legers. De eigenlijke beslissingen werden door de hoogste militairen genomen. Maar Wilhelm was zo – achter de linies – wel betrokken bij talloze bloedige veldslagen. Dat had hem een slechte reputatie bezorgd die door de geallieerde propaganda flink was aangezet. Na de nederlaag van het Duitse leger vluchtte hij op 12 november naar het neutrale Nederland, net als zijn vader, de Duitse keizer, een dag eerder.
En terwijl zijn vader als voormalig keizer met de nodige egards ontvangen werd, huurde de Nederlandse regering voor Wilhelm een huis op het afgelegen eiland Wieringen.
Tegenwoordig is Wieringen deel van de kop van Noord-Holland. Maar tot aan de Zuiderzeewerken en de aanleg van de Afsluitdijk in 1924-1932 was Wieringen eeuwenlang een agrarisch eiland met een eigenzinnige bevolking van boeren en vissers. De prins werd na een vanzelfsprekend leven in luxe en comfort teruggeworpen in een simpel bestaan. Er verschenen prentbriefkaarten van tekenaar Jan Lutz (1888-1957) waarop hij als onhandige balling op Wieringen flink belachelijk werd gemaakt.

 

Wilhelm van Pruisen, van legerofficier tot Wierings boertje. De tekst luidt: ‘Wij vechten tot het einde, wij vechten tot de dood’ (links) en ‘Wieringen tot het einde, Wieringen tot de dood’ (rechts). Verzameling Scheltema.

Wilhelm van Pruisen, van legerofficier tot Wierings boertje. De tekst luidt: ‘Wij vechten tot het einde, wij vechten tot de dood’ (links) en ‘Wieringen tot het einde, Wieringen tot de dood’ (rechts). Verzameling Scheltema.

 

 

Wilhelm afgebeeld als ‘Kampioen van Wieringen’ en mikpunt van de sneeuwballengooiende jeugd, 1919. Verzameling Scheltema.

Wilhelm afgebeeld als ‘Kampioen van Wieringen’ en mikpunt van de sneeuwballen gooiende jeugd, 1919. Verzameling Scheltema.

 

Na enige tijd op het eiland had hij zich geschikt in zijn lot. Op 1 december 1918 had hij afstand gedaan van zijn aanspraken op de troon. Hij begon met het schrijven van zijn herinneringen, die in 1922 werden gepubliceerd. Een enkele keer mocht hij onder begeleiding het eiland af om zijn vader, de voormalige keizer, in diens onderkomen op kasteel Amerongen en later op Huis Doorn te bezoeken. Tijdens een van die uitstapjes zijn vermoedelijk ook de foto’s bij studio Merkelbach gemaakt.

Eind 1923 kon de prins door de veranderde politieke situatie terugkeren naar Duitsland. Daar raakte hij betrokken bij de nationaal-socialistische beweging, waarvan hij zich na 1936 weer distantieerde. Hij overleed in 1951 en werd begraven bij het stamslot van de Hohenzollern in Hechtingen.

 

Bekijk hier alle foto’s die Merkelbach in 1921 maakte van Wilhelm en zijn adjudant.

 

top