De leden van de verplegingscommissie, 1914. Met de klok mee zitten rond de tafel: J.P. Korthals Altes, J.N. Hendrix, S. Van Lennep, G. Kruseman, W. Bakker, G. H. O. W. v.d. Nagel,C. G. Vattier Krane, S. T. J. van Haren Norman en W. Harmsen

De leden van de Verplegingscommissie, 1914. Met de klok mee zitten rond de tafel: J.P. Korthals Altes, J.N. Hendrix, S. Van Lennep, G. Kruseman, W. Bakker, G. H. O. W. v.d. Nagel,C. G. Vattier Krane, S. T. J. van Haren Norman en W. Harmsen

De Verplegingscommissie was verantwoordelijk voor het overzicht van de voedsel- en brandstofvoorraden binnen het gebied van de Stelling van Amsterdam. In geval van een aanval op Nederland en een belegering van Amsterdam zou de Stelling operationeel worden. Er moest voldoende brandstof en voedsel binnen de fortenkring aanwezig zijn om een belegering te kunnen doorstaan.

De polders buiten de verdedigingslinies zouden als verdediging tegen een aanval onder water gezet worden. De Verplegingscommissie organiseerde de planning van de evacuatie van boeren en hun vee uit de te inunderen gebieden naar boerderijen binnen de Stelling. Verder stelde de commissie een lijst op van aanwezige geneesmiddelen voor mens en dier. In geval van een aanval schatte men circa 8.000 ziekenhuisbedden nodig te hebben voor de opvang van gewonden in  zowel Militair Rijks Hospitaal als  in burgerziekenhuizen en verpleeginrichtingen. De commissie kon beslag laten leggen op benodigde goederen, die in Amsterdamse pakhuizen konden worden opgeslagen. Voorwaarde was wel dat de bevolkingsgrootte ongeveer gelijk zou blijven. Het zal duidelijk zijn dat de toestroom van Belgische vluchtelingen in 1914 bij de commissieleden voor de nodige hoofdbrekens zorgde. Hetzelfde gold voor de watersnoodramp van 1916 in Waterland, waar door een dijkdoorbraak  vele polders  die noodzakelijk voor de voedselvoorziening binnen de Stelling waren ondergelopen.

De Verplegingscommissie bestond uit ondernemers, bewindslieden en militairen. Ook de minister van Voedseldistributie F.E. Posthuma maakte er enige tijd deel uit van uit. In 1916 werd voorzitter Bakker opgevolgd door C.F. Julius. Ook wethouder Floor Wibaut nam deel aan de beraadslagingen. Vanzelfsprekend bestond er  intensief contact met Stellingcommandant Adrianus Rutger Ophorst. Het kantoor van de commissie was gevestigd in het Burgerweeshuis aan de zijde van de St. Luciënsteeg (nu het Amsterdam Museum).

Openbare kennisgeving door de Verplegingscommissie in de Stelling van Amsterdam, 17 februari 1916

Openbare kennisgeving door de Verplegingscommissie in de Stelling van Amsterdam, 17 februari 1916

Patrouilleboot tijdens de Watersnood Waterland, 1916. Van links naar rechts: Generaal-Majoor A.R. Ophost, Commandant der Stelling van Amsterdam. G. G. van Everdingen, Adjudant van de Minister van Oorlog, de heren G. H. Lucassen en Overste Merens en Willem

Patrouilleboot tijdens de Watersnood Waterland, 1916. Van links naar rechts: Generaal-Majoor A.R. Ophost, Commandant der Stelling van Amsterdam. G. G. van Everdingen, Adjudant van de Minister van Oorlog, de heren G. H. Lucassen en Overste Merens en Willem