In oktober 1914 werden verschillende opslagloodsen aan de Handels- en de IJkade in het Oostelijk Havengebied ingericht als tijdelijk onderkomen voor de Belgische vluchtelingen. Het grootste opvangcentrum voor de uitgewekenen was loods L van de Stoomvaartmaatschappij ‘Nederland’ (SMN). Elk dagelijks ritueel vond plaats in deze loodsen: slapen, eten, wassen, plassen, onderwijs, ontspanning, ziekenverzorging en ook eucharistie.

In de loods was een duidelijke scheiding van de mannen en de vrouwen. Dit had betrekking op de wasplaatsen, maar ook op de slaapplaatsen voor ongehuwden. Het midden van de slaapzalen was ingericht voor gezinnen. De linker- en rechterzijde waren respectievelijk voorbehouden voor vrijgezelle mannen en vrouwen. In de slaapzalen stonden rijen bedden met erop, eronder of ernaast allerhande bagage. Boven de bedden waren lijnen gespannen, waaraan meters wit ondergoed hing te drogen.

AF_010003002941ES_01

Belgische vluchtelingen in een opvangloods, najaar 1914

Een zaal van de SMN werd ingericht als polikliniek. Vluchtelingen die ziek waren of verwondingen hadden opgelopen, vonden hier een dokter en enige verpleegsters. Ook hier waren twee vertrekken: één voor mannen en één voor vrouwen.

In loods L was een aparte ruimte ingericht voor bezinning en gebed. Aan het einde van de loods stond een verhoging met daarop een hulpaltaartje. De gelovigen baden er op de knielbankjes tot God om bescherming van hun familie en hun huis in België. Om de kilheid van de loods ten dele te overstijgen, werd op een klein orgel muziek gespeeld.

Het dagelijkse leven in de loods, 1914

Het dagelijkse leven in een opvangloods, 1914