Musiceren was tijdens de Eerste Wereldoorlog een belangrijke vorm van vrijetijdsbesteding. Het kostte weinig geld en het werd nauwelijks gehinderd door de alom aanwezige schaarste, of het moest die van het bladpapier zijn. Met de vaak sarcastische distributieliederen kon jaren later zelfs een heel boekje worden gevuld. De uitgave ‘Distributiegijn en -pijn. Het straatlied 1914-1918’ door D. Wouterse verscheen in oktober 1940, niet toevallig in het begin van de Tweede Wereldoorlog. In de inleiding memoreert de schrijver dat de Eerste Wereldoorlog waarschijnlijk de laatste spontane straatliederen heeft opgeleverd. De opkomst van de radio vanaf 1919 betekende het einde van het oude straatlied.

 

Minister Posthuma van Landbouw, Handel en Nijverheid, die verantwoordelijk was voor de distributie, staat op het omslag afgebeeld als een reus op een papieren voetstuk van bonkaarten. Ook zijn hoed, kleren, schoenen en aktetas, en zelfs zijn handschoenen, zijn van bonkaarten gemaakt. Bibliotheek Stadsarchief

Minister Posthuma van Landbouw, Handel en Nijverheid, die verantwoordelijk was voor de distributie, staat op het omslag afgebeeld als een reus op een papieren voetstuk van bonkaarten. Ook zijn hoed, kleren, schoenen en aktetas, en zelfs zijn handschoenen, zijn van bonkaarten gemaakt. Bibliotheek Stadsarchief

 

In de collectie van Jean Théophile Scheltema vinden we diverse voorbeelden van liederen en bladmuziek die verband houden met de oorlog.

 

Een lied voor de Belgische koning Albert I. Een uitgave van Jac. Rennes in Utrecht, januari 1916. De tekst is een gedicht uit de dichtbundel ’De zware Kroon’ van René de Clercq

Een lied voor de Belgische koning Albert I. Een uitgave van Jac. Rennes in Utrecht, januari 1916. De tekst is een gedicht uit de dichtbundel ’De zware Kroon’ van René de Clercq

 

Een lied voor Koning Albert

Wij zullen den Koning vieren,
Den Koning in zijn land,
Wanneer Hij, met luide banieren,
Terugkeert, triomfant.
Wij zullen zijn roem verkonden
In de wijde wereld Gods.
Hij heeft zijn volk gevonden,
Albert, onze Trots.

Wij knielen niet langer neder,
Voor zijn edel beeld bij ’t kruis.
Wij willen Hem zelven weder,
Wij willen den Koning thuis!
Dan spannen wij uit zijn wagen,
Die de driekleur voert uit ’t veld.
Wij willen op handen dragen,
Albert, onze Held!

 

Een lied voor de Belgische koning Albert I (1875-1934), die in 1915 met het Belgische leger aan het front bij het riviertje de IJzer verbleef. De tekst is een nationalistisch gedicht van de Vlaamse activist René de Clercq, waarin de gedroomde triomfantelijke thuiskomst van de koning uit de oorlog wordt bejubeld. De muziek is van de Nederlandse componiste Catharina van Rennes (1858-1940). De Clercq (1877-1932) was in het begin van de oorlog naar Nederland gevlucht. Hij ging middelbaar onderwijs geven op de Belgische School in Amsterdam. In het herinneringsboek van de school over de jaren 1914-1915 zijn van hem de gedichten ‘Als de Heiland’ en het ‘Dankliedeken’ opgenomen. Het laatste was opgedragen aan de leerlingen ter gelegenheid van het Sint Nicolaas-feest in 1914. Als redacteur van het literaire tijdschrift ‘De Vlaamsche stem’, dat vanaf februari 1915 verscheen, ontwikkelde hij zich tot Vlaams nationalist. In 1917 keerde hij terug naar Vlaanderen en werkte samen met de Duitsers in het kader van de Dietse gedachte, dat is het streven naar de eenwording van alle Nederlandstalige gebieden. Dat zou de opdeling van België betekenen in een Vlaams en Frans deel. Vanwege zijn anti-Belgische houding had koning Albert I hem al eerder zijn onderwijsbevoegdheid ontnomen. Na de wapenstilstand wachtte De Clercq de ontwikkelingen wijselijk niet af (hij werd in 1920 in België wegens collaboratie ter dood veroordeeld) maar vestigde hij zich in Nederland.

 

‘De Burgerwacht’. Amsterdam 14 juni 1919

‘De Burgerwacht’. Amsterdam 14 juni 1919

 

Een militaire mars voor piano, geschreven door kapelmeester Machiel Kleij (1872-1954) van het Zevende Regiment Infanterie. Het stuk was opgedragen aan Karel van Lennep, de commandant van de Vrijwillige Burgerwacht in Amsterdam. Op de avond van 11 juli 1919 gaf het muziekcorps van het Zevende Regiment onder leiding van Kleij een twee uur durend concert in het Vondelpark, dat werd afgesloten met de ‘De Burgerwacht’.

 

Algemeen Handelsblad, 9 juli 1919

Algemeen Handelsblad, 9 juli 1919

 

Een derde stuk bladmuziek in de collectie Scheltema is het lied ‘Soldaatje spelen’, geschreven door de voormalige socialist, journalist en verzekeringsman Gerardus Lambertus Janssen (1859-1932). De maatschappelijk bewogen Janssen kreeg van 1899 bekendheid door zijn propaganda voor het algemene staatspensioen. De muziek is van componiste en muziekpedagoge Nelly van der Linden Van Snelrewaard-Boudewijns (1869-1926). De tekst heeft een antimilitaristische boodschap, die in deze jaren populair was in socialistische kring: oorlog is naïef kinderspel, maar de gevolgen zijn dat allerminst. De muziek diende in ‘opgewekt marschtempo’ te beginnen, maar halverwege steeds langzamer gespeeld te worden, om zeer zacht te eindigen.

 

AF_SAA3063600048Soldaatje_01

Soldaatje spelen, 15 december 1922. Bijlage bij ‘Het Kompas’, een uitgave van de Nationale Levensverzekering-Bank

 

Soldaatje spelen

Klein broertj’ is soldaat: met een steek van papier,
een sjerp van oranj’ en een stok als rapier
stapt hij trotsch als een pauw met zijn vrindje op straat
op de maat van de trom, waar de ander op slaat.

Twee moeders beschouwen het aardige spel,
zijn fier op haar knapen, zoo blozend van vel,
zoo stralend van jeugd, van gezondheid en lust,
straks wordt ieder knaapje heel hartlijk gekust.

Eén moedertje, grijs reeds, ziet ’t spel mede aan;
zij is met de dwaling dier moeders begaan:
één zoon bleef op ’t slagveld, één zoon schoot men blind,
heur man stierf van droefheid, zij troost nu haar kind;
één zoon bleef op ’t slagveld, één zoon schoot men blind,
heur man stierf van droefheid, zij troost nu haar kind.

Zij troost nu haar jongen, ze koestert hem zacht,
ze leest hem soms voor, ze verheldert zijn nacht,
ze zegt hem al wat ze zoo hoort en zoo ziet,
maar ’t spel van die kleuters vertelt ze hem niet;
ze zegt hem al wat ze zoo hoort en zoo ziet,
maar ’t spel van de kleuters vertelt ze hem niet.

 

Soldaatje spelen, 15 december 1922. Bijlage bij ‘Het Kompas’, een uitgave van de Nationale Levensverzekering-Bank

Het slot van Soldaatje spelen, 15 december 1922. Bijlage bij ‘Het Kompas’, een uitgave van de Nationale Levensverzekering-Bank

 

top