Door de mobilisatie van Nederlandse dienstplichtigen waren tijdens de oorlog zo’n half miljoen jonge mannen jarenlang van huis. Alleen op verlofdagen hadden ze gelegenheid korte tijd thuis te zijn, als de afstand dat ten minste toeliet. Want voor een Amsterdammer die in in Brabant of Zuid-Limburg was gelegerd kon zijn meisje in de hoofdstad toch onbereikbaar ver weg zijn. Zo leek het wel of – net als andere eerste levensbehoeften – ook de liefde gerantsoeneerd was.

Met de toenemende schaarste in 1917-1918 begonnen er parodieën te verschijnen op de gewone bonkaarten. De Vrijkaart, de Rijks Liefde Distributiekaart, de Zoenkaart en de Zoendistributiekaart hadden bonnen voor alles waarnaar de meesten alleen maar konden verlangen. Dromen van later, als de oorlog voorbij zou zijn.

Vanaf 14 november 1918 begon de demobilisatie van het Nederlandse leger. Liefde was niet langer op de bon. In de jaren 1919-1920 was er een ware geboortegolf in Amsterdam.

Vrijkaart met aparte biljetten voor het Vondelpark en het strand.

Vrijkaart met aparte biljetten voor het Vondelpark en het strand

De Zoendistributiekaart. ‘Slechts geldig voor 24 zoenen in 6 weken’. Met een bon voor de eerste kus in het plantsoen, en de tweede kus ‘Bij bezoek aan de Bioscoop tijdens de Billy Ritchie-film’.

De Zoendistributiekaart. ‘Slechts geldig voor 24 zoenen in 6 weken’. Met een bon voor de eerste kus in het plantsoen, en de tweede kus ‘Bij bezoek aan de Bioscoop tijdens de Billy Ritchie-film’

Vrij zoenen met de zoenkaart. ‘Afzetgebied onbegrensd, ook op reis’.

Vrij zoenen met de zoenkaart. ‘Afzetgebied onbegrensd, ook op reis’

De Rijks Liefde Distributiekaart voor de Witte en Zwarte Broodsweken. Met een bon voor het ‘Flaneeren en Coquetteren’ in de eerste distributieweek (nr. 1), een ‘Rit in een Apie [rijtuigje] naar het Stadhuis’ voor het trouwen (nr. 10) en een bon voor de scheiding in de laatste week (nr. 18)

De Rijks Liefde Distributiekaart voor de Witte en Zwarte Broodsweken. Met een bon voor het ‘Flaneeren en Coquetteren’ in de eerste distributieweek (nr. 1), een ‘Rit in een Apie [rijtuigje] naar het Stadhuis’ voor het trouwen (nr. 10) en een bon voor de scheiding in de laatste week (nr. 18)