De algemene mobilisatie van 1914 veroorzaakte niet alleen een onrust en opwinding. Het gevoel getuige te zijn van een bijzonder historische tijdperk zette sommigen ertoe dit vast te leggen voor latere generaties: in een dagboek of een verzameling oorlogscuriosa, en vanaf 1918 in herdenkingsuitgaven en monumenten. Maar enkelen wilden deze bijzondere tijd op wel heel directe wijze meegeven aan hun nageslacht. Ze gaven hun kinderen namen die verwezen naar de oorlog en de mobilisatietijd.

Bericht in het Algemeen Handelsblad, 5 november 1914. De wet van 11 Germinal, An IX (1 april 1803) was tot 1970 bepalend voor de voornaamgeving.

Bericht in het Algemeen Handelsblad, 5 november 1914. De wet van 11 Germinal, An IX (1 april 1803) was tot 1970 bepalend voor de voornaamgeving.

Zo kreeg een in Apeldoorn geboren meisje in oktober 1914 de naam ‘Mobilia’. Een maand later volgde een tweede Mobilia in Zuilen bij Utrecht. Dat haalde alle landelijke kranten. Een ambtenaar van de Burgerlijke Stand had er namelijk in een publicatie op gewezen dat de geldige wet ‘alleen toelaat de namen in de onderscheidene almanakken en die van bekende personen uit de oude geschiedenis’. Het was dus niet de bedoeling dat allerlei ongebruikelijke namen maar klakkeloos door de dienstdoende ambtenaar ingeschreven werden. Toch bleven er nieuwe Mobilia’s opduiken: in januari 1915 in Rotterdam, in mei van dat jaar in Baarn (een ‘Juliana Mobilia’) en in april 1916 in Emmen. Ongetwijfeld zullen er meer zijn geweest, al was de lol er na 1916 waarschijnlijk wel vanaf.

In december 1914 valt nog een opmerkelijke meisjesnaam te noteren: ‘Shrapnell’, de naam die Belgische vluchtelingen in Nieuw Amsterdam (Drenthe) aan hun dochter gaven. Een minder onschuldige naam dan Mobilia. Shrapnell was een berucht type granaat dat boven de grond explodeerde en een vulling van kleine metalen kogeltjes in het rond schoot, zo vele slachtoffers makend.

Hoe zit het met de jongens? In september 1914 werd in Sloten bij Amsterdam een ‘Willem Anton Mobilus’ aangegeven. Dat is vermoedelijk een van de weinige vernoemingen. Maar het kon gekker. Op 25 maart 1916 werd in Amsterdam een jongetje geboren dat de naam ‘Mobiel’ kreeg. En hij had al een zusje met de naam Mobilia! Hun vader Sije Spijkstra (1878-1961) was kleermaker en had met zijn vrouw Elisabeth Pieternella van Vlimmeren al negen kinderen gekregen (waarvan sommige jong waren overleden) toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Het gezin woonde afwisselend in Rotterdam en Amsterdam, en Mobilia zag op 5 januari 1915 in de Maasstad het levenslicht. Op 16 juni 1915 vestigde het gezin zich weer in de hoofdstad, waar een klein jaar later Mobiel werd geboren. Mei 1917 diende het volgende zoontje zich aan, maar dit kreeg, net als de vooroorlogse kinderen, een gewone naam: Johannes.

Gezinskaart van Sije Spijkstra (tweede kaart  van drie kaarten). Op de vijfde en zesde regel staan Mbilia en Mobiel.

Gezinskaart van Sije Spijkstra (tweede kaart van drie kaarten). Op de vijfde en zesde regel staan Mobilia en Mobiel.

De wapenstilstand van 11 november 1918 leverde, zo lijkt het, geen inspiratie voor nieuwe vernoemingen op. Een naam als ‘Pax’ (Vrede) zien we in Amsterdam wel iets vaker aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in 1945. Pas de afgelopen tien jaar wint Pax – vooral als jongensnaam – aan populariteit. Maar een overzicht van Pax als eerste naam voor mannen tussen 1880 en 2013 laat zien dat de naam in Nederland al eerder voorkomt, en voet aan de grond kreeg in de laatste jaren van de Eerste Wereldoorlog.

 

 

Archiefbank:  Index Gezinskaarten
top