Duitse krijgsgevangenen aan het Westelijk front, 1917

Duitse krijgsgevangenen aan het westfront, 1917

De Eerste Wereldoorlog was het eerste conflict dat de hele wereld op zijn grondvesten deed schudden. Voor het eerst werden massavernietigingswapens ingezet. Minder dan één procent van de soldaten sneuvelde door gevechten van man op man, maar ruim 70% liet het leven door artillerievuur. Voor het eerst werd gas als wapen ingezet. Dit chemische strijdmiddel veroorzaakte een langzame, pijnlijke dood of wanneer men meer ‘geluk’ had, levenslange verminking. De Eerste Wereldoorlog wordt de loopgravenoorlog genoemd, een stellingenoorlog waar geen van de partijen snel gebied kon innemen. Wat deze oorlog tevens kenmerkte was het grote aantal burgerslachtoffers. Naast de ruim 9.4 miljoen militaire slachtoffers, stierven nog eens 4 miljoen burgers. Niemand was veilig voor deze oorlog, zelfs niet de vrouwen en kinderen aan het thuisfront.

De oorlog begon op 28 juli 1914, toen Oostenrijk-Hongarije de oorlog verklaarde aan Servië, en kwam op 11 november 1918 ten einde door het uitroepen van de wapenstilstand. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog stonden twee bondgenootschappen lijnrecht tegenover elkaar. Aan de ene kant was er de Triple Entente van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Rusland, ook wel de Geallieerden genoemd; aan de andere kant stonden Duitsland en Oostenrijk-Hongarije, de Centralen.

De moord op de troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije, Frans Ferdinand, door de Bosnisch-Servische nationalist Gavrilo Princip op 28 juni 1914 was de aanleiding voor het internationaal conflict. Het is echter niet de oorzaak; andere omstandigheden bepaalden het begin van de oorlog. Het sterk ontwikkelde nationalisme en de vorming van bondgenootschappen waren belangrijke factoren. Als tegenreactie op de moordaanslag riep Oostenrijk-Hongarije op 28 juli de oorlog tegen Servië uit. Omdat Oostenrijk-Hongarije een bondgenootschap had met Duitsland, en Servië werd gesteund door Rusland, ontstond er een internationaal conflict. Dat werd onbeheersbaar toen Rusland mobiliseerde en Duitsland het land de oorlog verklaarde. Daarop kwam Frankrijk Rusland te hulp. Duitsland voelde zich nu ingesloten tussen Rusland en Frankrijk. Op 1 augustus viel het Duitse leger Luxemburg aan en twee dagen later het neutrale België, op doortocht naar Frankrijk. Duitslands schending van de Belgische neutraliteit deed Groot-Brittannië deelnemen aan het conflict. De oorlog was geboren.

Het westfront liep al snel vast in een statische uitputtingsslag en kende tot 1917 geen grote overwinningen. Het Russische leger verloor aan het oostfront doordat er in 1917 in het binnenland een revolutie uitbrak. Door de deelname van de Amerikanen aan de Eerste Wereldoorlog in dat jaar konden de geallieerden het Duitse leger steeds verder terugdringen. Zo kwam het uiteindelijk op 11 november 1918 tot een wapenstilstand. De vredesverdragen van Versailles in 1919 maakten een formeel einde aan de oorlog. De beslissingen die hier genomen werden, waren als een zware afstraffing voor Duitsland beschouwd. Het land werd ontwapend op een klein beroepsleger na. Zware herstelbetalingen en verlies van delen van haar land maakten de vernedering compleet. Zo werd met de Vrede van Versailles de kern gelegd voor de volgende, nog desastreuzere Tweede Wereldoorlog.

Pagina van 'De Oorlog in Beeld, april 1917

Pagina van ‘De Oorlog in Beeld, april 1917

top