Amsterdam werd in augustus 1914 voor het eerst geconfronteerd met Belgische slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. Na de Duitse inval weken veel Belgen uit naar het neutrale Nederland. In oktober was er sprake van een tweede, veel groter golf vluchtelingen. De Duitse bombardementen op Antwerpen, van 7 tot 9 oktober 1914, en de inname van de stad brachten ongeveer een miljoen vluchtelingen ertoe de grens over te steken. Ruim 20.000 van hen kwamen in Amsterdam terecht.

Aanvankelijk werd de opvang van deze vluchtelingen door particulieren geregeld, maar al snel bleek dit volkomen ontoereikend. Vanuit de Nederlandse regering kwam het initiatief om een centrale commissie in het leven te roepen voor de opvang van de uitgewekenen. Midden oktober werd de Centrale Commissie voor Belgische Uitgewekenen naar Amsterdam opgericht. Wethouder N.M. Josephus Jitta van Openbare Gezondheid en Armwezen werd aangesteld als hoofd van de commissie. Het orgaan had zes subcommissies: huisvesting,  voeding,  kleding en onderstand, hygiëne en geneeskundige hulp,  financiën, en registratie en repatriëring.

Belgische vluchtelingen in de Diamantbeurs, 1914.

Pas toen de vluchtelingenstroom tot  stilstand was gekomen, kon de commissie voor Belgische uitgewekenen meer gestructureerd en zakelijk te werk gaan. Het grootste probleem vormde de voedselvoorziening. Toen de Nederlandse regering op 17 oktober afkondigde dat Amsterdam haar vluchtelingen tijdelijk niet mocht laten doorreizen, moest snel actie ondernomen worden om de vluchtelingen in grote gebouwen onder te brengen.

Omdat het grootste aantal van de uitgeweken begin december Amsterdam had verlaten, rees de vraag of de commissie voor vluchtelingen wel nog moest blijven bestaan. In december 1917 had het orgaan nog slechts één taak: het verzamelen en verschaffen van informatie over de vluchtelingen, en het publiceren van namenlijsten met bekende verblijfplaatsen. Uiteindelijk werd het comité op 30 april 1919 ontbonden.

Brief van de burgemeester van Amsterdam met verzoek tot de oprichting van een centrale commissie voor de uitgewekenen, 13 oktober 1914

Brief van de burgemeester van Amsterdam met verzoek tot de oprichting van een centrale commissie voor de uitgewekenen, 13 oktober 1914