Loods met opgeslagen balen bij de IJkade, ongedateerd

Loods met opgeslagen balen bij de IJ-kade, ongedateerd

Op 14 november 1914 stuurde de burgemeester van Amsterdam een brief aan de minister van Binnenlandse Zaken in Den Haag, met het verzoek  om de loodsen aan de Handelskade en de IJ-kade, waar de Belgische vluchtelingen opgevangen waren, te ontruimen. Rond 1 december moesten de loodsen leeg zijn om er suiker in op te slaan, zo ging de burgemeester verder. Wanneer de loodsen niet beschikbaar kwamen zou de suiker in Rotterdam opgeslagen worden. Dat zou een groot verlies aan werk betekenen voor de havenarbeiders. Het was ook een bedreiging voor de positie van de Amsterdamse haven.

Waarom was suiker zo belangrijk voor Amsterdam? Engeland was bij de aanvang van de oorlog overgegaan tot de uitvaardiging van een invoerverbod van suiker en vervolgens vaardigde Nederland  een uitvoerverbod uit. Dat betekende dat er behoefte was aan veel meer opslagruimte dan in normale jaren. Bovendien was de suikerindustrie vanouds belangrijk voor Amsterdam. Deze positie wilde de stad zeker niet afstaan aan Rotterdam.

Er was nog andere reden om de vluchtelingen naar opvangcentra in andere steden over te brengen. Het werd steeds kouder en de verwarming in de loodsen liet sterk te wensen over. Met hun buitenwanden van ijzeren platen waren de loodsen geen geschikte gebouwen om mensen tijdens de winter in te laten wonen.

Afschriftbrief van de burgemeester van Amsterdam aan de Minister van Binnenlandse Zaken, 14 november 1914

Afschriftbrief van de burgemeester van Amsterdam aan de Minister van Binnenlandse Zaken, 14 november 1914